Nepal: Dag 7

We starten de dag bij het eettentje van CHiniya’s zus en worden er getrakteerd op een echt Nepalees ontbijt. We krijgen zwarte thee met kardemom, gember en nog wat kruiden in. Een paar lepels suiker erin en je hebt echt een zalig drankje om wakker te worden. We zitten in de zon en krijgen een soort beignets van linzen. Hartig, kruidig en stevig om de dag mee te beginnen. Daarna volgen nog een soort koude, platte oliebollen. Het bodempje voor de dag is gelegd.
Fre ging me vandaag weer vergezellen naar Kathmandu maar Ine blijkt nog altijd ziek te zijn dus ze willen de dag rustig invullen. Ik wil perse naar Swayambhu Temple of ook wel gekend als Monkey Temple. Ik zie mijn moeder al gruwelen bij de twee woorden en ik denk aan de apenkolonie in Gibraltar.
In de stad fix ik een taxi die me naar de top brengt. Na nog een paar trappen sta ik bij de stupa. En bij de apen. Ze krijsen, piepen, springen vliegensvlug, glijden op handen en voeten van de relingen en stelen. Ik sta wat foto’s te nemen als ik plots iets aan mijn rugzak voel. Een aap was de boel aan het losprutsen. Gelukkig is er niets weg en met wat handbewegingen jaag ik hem weg.
Ik zie ze bananen van de toeristen stelen, ruzie maken bij het drinken, rijst eten die aan de goden werd geofferd, kortom, het zijn vuile dieven.
Nadat ik nog even van het uitzicht over de stad genoten heb (bijna geen hoogbouw), daal ik een steile trap naar de voet van het heiligdom af.
Thamel, het toeristisch centrum, blijkt een mooie wandeling van een halfuurtje te zijn. De Lonely Planet raadt een goed momorestaurantje aan, dat ik na wat zoeken en vragen vind. Momo’s zijn een soort vlees- of groetenballetjes die in rijstblaadjes worden gefrituurd of gestoomd. Na mijn chicken momo’s ga ik weer op pad.
Durbar Square is de volgende stop. De 3 aan elkaar gelinkte pleinen vertellen een hele geschiedenis over Kathmandu, Nepal en het boeddhisme. Ik sla al snel een gids aan de haak die zalig kan vertellen over de levende godin, een meisje dat tot haar 14e de reincarnatie van Shiva zijn vrouw voorstelt. Ze mag geen littekens hebben, moet uit een bepaalde kaste komen en pas als ze een nacht in een tempel met 108 dieren kan doorbrengen zonder te huilen, wordt ze beschouwd als godin.
Na een kleine 2 uur (veel langer dan de beloofde 45 min) wandel ik voldaan het plein af. Ik heb geleerd dat er halve Kama Sutra’s op de tempels staan om de demonen en de godin van de bliksem verlegen te maken en af te schrikken, ik weet nu dat rugpijn op te lossen is door tegen een teak paal in een tempel te gaan schuren en dat de Nepalese koning vroeger echt wel voor zijn mensen zorgde door ze onderdak en eten te geven.
De bushalte is een eindje lopen en opnieuw blijkt dat Nepali echt lieve mensen zijn want ze wijzen me de weg en helpen me op de juiste bus.
Onderweg begint het te regenen en te onweren en al snel blijkt dat ze hier niet echt gewoon zijn aan het weer. Een ambulance passeert ons en een eind verder ligt een vrachtwagen in de gracht. De bus die hij probeerde te ontwijken, staat aan de andere kant van de weg.
Als ik in Panauti aankom, is het pikdonker. Power cut. Ik haal mijn Petzel hoofdlamp boven en krijg vreemde blikken omdat ik wel licht bij heb.
Als ik in het hotel aankom, draait de generator op volle toeren. Hopelijk houdt die me niet heel de nacht uit mijn slaap.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s