Passport please!

Twee weken geleden zat ik voor een opdracht in Israël. Op zich niks speciaals, maar ik verwachtte wel dat mijn collega en ik streng zouden worden gecontroleerd gezien de politieke situatie.
Bij het binnenkomen van het land kregen we de standaardvragen (waar logeer je, ken je hier iemand, wat ga je bezoeken,…) met een norse blik maar we konden vrij snel onze bagage oppikken en naar Jeruzalem vertrekken.
Toen we na een weekje terug naar de luchthaven vertrokken, gingen we er vanuit dat we op dezelfde vlotte manier het land zouden uit geraken. Niets was minder waar.
Het begon op de snelweg naar de luchthaven. Onze taxi moest op kant aan een checkpoint om gecontroleerd te worden. “Do you speak Hebrew?”, “Do you know eachother?”, “Show me your luggage.” Gemene vragen met een mitrailleur erbij.
Op de luchthaven check je niet gewoon je bagage in. Die moet eerst door de scanner. Mijn laptop moest er ook door, camera mocht ik bijhouden. Mijn tas kreeg een gele sticker en toen werd het wachten. Een halfuur werd een uur en pas na anderhalf uur mochten/moesten we eindelijk onze tassen op een tafel bij security gooien om die nog eens met de hand te laten doorzoeken. Maar eerst mijn laptop.
Die had geen gele sticker gekregen en dat was een probleem want ze konden de foto dus niet meer terugvinden. “Geen probleem, ik check hem toch in als handbagage”, antwoordde ik. Wel een probleem want die laptop was gecontroleerd en dat moesten ze zien. Ondertussen hadden ze ook al het ondergoed van mijn collega te pakken en lag dat op de grond verspreid. Iedereen in de rij achter ons kon meegenieten van haar sexy slipjes want een beetje privacy tijdens de controle zou teniet doen aan het onbehagelijke gevoel dat ze je proberen te geven.
Mijn tas ging uiteindelijk niet open, de laptop was plots ok en inchecken mocht.
We wilden niet meer tijd verliezen, dus gingen we rechtstreeks naar de douane om handbagage te laten controleren.
Rugzak op de band, broeksriem uit, horloge uit, armband uit, kleingeld in een bakje, laptop open,… Ik ben daar de laatste jaren heel vlot in geworden.
Met een doekje werd in elke tas, handtas, op elk voorwerp gewreven. Om dan door een machine te gaan om gecontroleerd te worden op explosieven, verdacht poeder, vloeistoffen,…
“Miss, is this your camera?” Slik. Mijn tweede camera heb ik in een aparte tas gestoken en aan mijn collega Randi gegeven om er niet te veel journalist uit te zien. We zijn met een toeristenvisum het land binnengekomen omdat we een reisreportage wilden maken en geen zin hadden om voor zoiets onze hele achtergrond te laten checken en zelfs de kleur van ons onderbroek te moeten vertellen. (Oh, wacht…)
Maar mijn collega heeft dus plots een probleem met een van mijn camera’s en ze mag niks zeggen. De stempels uit Jordanië en Marokko in haar paspoort helpen haar niet, het feit dat zij Noorse is en ik Belgische helpt ook niet.
Alles wordt leeggehaald en tentoongespreid. De handtas moet ook leeg. Euro’s, lipstick en tampons liggen voor iedereen te grabbel.
Mijn collega moet haar schoenen uitdoen, haar paspoort afgeven en wordt meegenomen naar een hokje apart. De camera verdwijnt achter een scherm. Ik beantwoord de meest stomme vragen over hoe we elkaar kennen (Op een feestje in Brussel? Een gezamelijke Noorse vriendin? Waarom gaat ze met jou op reis en niet met haar vriend?) en wacht. Ik zie de tijd wegtikken, krijg zweethanden en mijn hartslag gaat de lucht in.
Randi blijft veel te lang weg en ik begin te vrezen dat we onze vlucht gaan missen.
“Mag ik haar portemonnee controleren?” Moet je niet aan mij vragen, beste douanier, het zijn haar spullen. Er wordt gedreigd dat we onze vlucht gaan missen als we niet meewerken.
Randi haar iPhone verdwijnt naar het hokje. Als ze nu maar niet gaan controleren wie we allemaal gebeld hebben.
Ik probeer cool te lijken, maar binnenin word ik gek. Ik probeer te bedenken of we eigenlijk iets misdaan hebben, maar ik zie alleen de minuten wegtikken.
Tien minuten later komt Randi eindelijk uit het hokje. Ze krijgt haar schoenen terug, de spullen moeten we zelf snel in onze tassen proppen, onze paspoorten krijgen we pas als laatste terug.
“Is de gate ver? Halen we onze vlucht nog?” is het enige wat we nog durven vragen. “We hebben hen gewaarschuwd dat jullie onderweg zijn, ze zullen wachten”, is het enige antwoord dat we krijgen. Nors, kortaf en weinigzeggend zoals alle andere.
Ik gooi de vervloekte camera op mijn schouder en we beginnen te rennen. 24, 30, 36,… Die gate die we moeten hebben ligt natuurlijk helemaal achteraan op de pier. Ik probeer ondertussen van mijn collega te weten te komen wat het hele toneelstuk moest voorstellen, maar ze kijkt voor zich uit en ze rent. Pas op het vliegtuig vertelt ze wat ze allemaal gevraagd hebben.
Dezelfde stomme vragen die ik kreeg, maar ook wie het hotel betaald heeft (ze hebben zelfs haar rekening gecontroleerd om zeker te zijn). Op de camera zou iets verdachts gevonden zijn, de test dient om explosieven of andere verdachte producten op te sporen.
Mijn mond valt open. Explosieven. Ik doe gekke dingen met mijn fototoestellen, maar explosieven is wel het laatste waar ik mee te maken krijg.
Ik voel me vreselijk schuldig tegenover haar. Ze zegt dat het niets is en wuift het allemaal weg, maar ik zie dat ze ook aangedaan is.
Een hele week hebben we ons heel welkom gevoeld in Israël. We zijn op stap geweest met Joden, christenen en moslims en iedereen ontving ons met open armen. Ik was zelfs een beetje verliefd op het bizarre land. Maar op een paar uur tijd is het gevoel helemaal weg. Als je helemaal in je blootje wordt gezet en beschuldigd wordt van dingen waar je zelfs geen weet van hebt, dan gaat dat ten minste heel hard wringen bij mij.
Ik heb mij hard moeten inhouden om geen lelijke dingen te schreeuwen want ik voelde me ongelijk aangedaan, maar het zou de hele zaak alleen maar erger gemaakt hebben.
Israëliërs (Joden, moslims en christenen) zijn ongelofelijk lieve en warme mensen maar de manier waarop de overheidsdiensten toeristen en bezoekers van het land behandelen doet die warmte helemaal teniet. Spijtig, want op zo’n manier geraak je veel sympathie kwijt.

Eén reactie

  1. lol. herkenbaar. heb er 2, bijna 3 jaar gewoond, en zelfs dan was inchecken nog moeilijk. zo erg dat mijn camera gewoon moest achterblijven ter plaatse. een toestel van toen 4000 euro. want ze gingen het wel eens openvijzen…
    om vervolgens onder politiebegeleiding naar het vliegtuig gebracht te worden, en er als eerste op het toestel gezet te worden, terwijl alle passagiers voorbijstappend die je beschuldigend en aarzelend aankijken. zij moesten wachten tot ik erop zat.
    we zijn uiteindelijk met 30min vertraging vertrokken…

    liefde en haat, net als alles in dat land.

    oktober 12, 2011 om 1:22 am

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s