photographer

Ampelhaus book

In July I went to Oranienbaum in Germany to shoot an art installation for a client.
He was presenting at the Ampelhaus and I had the chance to photograph the other artworks present too.
The images ended up at the organization’s desk and from there they ended up in the Ampelhaus book.


1606378_690759687682916_8287572405953091712_o

 

10557680_690759564349595_7108822884310809447_o

 

 

10498699_690759841016234_8974696055786776069_o

 

Advertenties

Penelope’s Hungry Eyes

Shirmer/Mosel is zo’n uitgeverij die niet anders dan pareltjes uitbrengt. Penelope’s Hungry Eyes is er weer zo eentje.
De Amerikaanse fotograaf Abe Frajndlich begon 30 jaar geleden portreten van zijn collega’s “te verzamelen” en bundelde ze uiteindelijk in dit boek.
Frajndlich focust vooral op de ogen en de blik van zijn collega’s, maar er zitten ook echt verrassende portretten tussen.
Zo fotografeerde hij Annie Leibovitz op het strand op haar rug. En Cartier-Bresson heel stiekem omdat de man toch nooit op foto wil.
Achteraan het boek vind je telkens het verhaal achter de foto. En die verhalen maken dit werk pas echt boeiend omdat je mee achter de camera gaat staan. Je leert hoe moeilijk het soms voor Frajndlich is geweest om net dat beeld te kunnen maken.
Penelope’s Hungry Eyes is in de eerste plaats natuurlijk een fotoboek, maar als je de tijd neemt om naar achter te bladeren, wordt het ook een boeiend leesboek.



Be funky, Prince

(Een opiniestuk voor de krant De Standaard)
‘Ik mág!’ Dinsdagmiddag kwam het verlossende telefoontje van onze muziekfotograaf Koen Bauters. Hij zou Prince die avond tijdens zijn concert in Gent fotograferen. Enkele uren later mocht het weer niet. En dan weer wel. En uiteindelijk toch niet. Waarna Koen besliste de grillen van Zijne Purperheid aan zijn laars te lappen en ons toch foto’s te bezorgen. Half hangend op een trap bij het Sint-Pietersplein met een telelens kon hij wat beelden maken. Geen ideale werkomstandigheden voor een muziekfotograaf.
Het was niet de eerste keer dat we te maken kregen met artiestenstreken. Bij Paul Simon mochten dinsdagavond in Vorst Nationaal geen fotografen bij het podium. Fotograferen kon enkel van achter de mengtafel, ergens half achterin in de zaal. U weet zelf hoe groot Vorst is. Een paparazzo met een kanon van een lens, die zou zich als een vis in het water voelen.

Beyoncé slaagde er ooit in om fotograferen alleen de eerste dertig seconden toe te laten, terwijl de doorsnee afspraak tijdens de eerste drie nummers is. Britney Spears eiste dat de fotografen helemaal bovenaan in het Sportpaleis zaten en Bob Dylan wil helemaal geen fotografen zien.

Ik snap dat artiesten willen waken over hun imago en dat goede foto’s daarbij horen, maar fotografen frontstage niet toelaten helpt niet. Zo krijg je lelijke paparazzifoto’s. De beste plek voor foto’s is vooraan, dicht bij de artiest. Daar bestaat geen discussie over. Als Beyoncé haar cellulitis niet op de foto wil, had ze maar een sexy legging moeten aantrekken. En een mini Paul Simon op een groot podium is erger dan een doorleefde artiest, close, met een gezicht vol emotie.

Een collega vertelde me dat Prince foto’s overbodig vindt als er geen promotie meer inzit, om meer tickets te verkopen. Het concert van de volgende dag was uitverkocht, dus hoefden de foto’s niet meer. Maar alle fans die geen ticket konden krijgen of die de ochtend erna willen nagenieten via een verslag met mooie foto, gunt Prince niks. Mooi hoor, artiesten die ticketverkoop en looks belangrijker vinden dan fans.

Als je met al die wensen en grillen rekening moet houden, wordt het veel moeilijker om nog fotografen op pad te sturen. Niet iedereen heeft een grote telelens in zijn tas. Muziekfotografie is een vak apart. En fotografen stand-by houden voor een deur die misschien dicht blijft, is weggegooide energie.

Als we nu gewoon afspreken dat de artiesten goeie optredens geven en onze fotografen daarbij vanop een mooi plekje goeie foto’s mogen maken, hebben we de volgende ochtend mooie beelden in de krant, én gelukkige fans. Dat zou pas funky zijn, beste Prince.

Monica Monté is fotoredactrice van deze krant.

In ‘Vlam!’ reageert een redacteur op een nieuwsfeit dat hem niet onverschillig laat.


Be careful

Joao Silva maakte nog 3 beelden nadat hij op de mijn gestapt had. Daarna was hij te zwak om verder te werken.

Wees voorzichtig. Ik knik altijd ja als ik naar een opdracht in het binnenland of het buitenland vertrek, maar meestal denk ik er niet bij na. Als ik zou moeten stilstaan bij alle mogelijks, als en indiens, zou ik waarschijnlijk niet vertrekken of niet ten volle kunnen werken. En andere fotografen reageren waarschijnlijk op dezelfde manier.
Het is pas als je een verhaal hoort van een collega die je kent of van een bekende fotograaf, dat je even begint na te denken. “Dat had ik ook kunnen zijn.”
Een van mijn collega’s werd vorige week hardhandig aangepakt aan het Noordstation. Hij hield er niets aan over en lachte het achteraf weg, maar ik voelde de kriebels toch wel even langs mijn nek lopen toen hij het vertelde.
De Zuid-Afrikaanse fotograaf Joao Silva stapte anderhalve maand geleden op een landmijn in Afghanistan. Hij was er op patrouille met het Amerikaanse leger en ze waren net op zoek naar IEDs. De soldaat in wiens voetstappen hij liep, miste de mijn, Silva had minder geluk en verloor zijn benen. Hij is pas begin deze week van de afdeling intensieve zorgen weg en heeft nog een lange weg te gaan. Ik moest even slikken toen ik het las, want ik heb net hetzelfde gedaan en er was ook een reële kans dat ik een mijn zou tegenkomen.
Collega Michael Kamber is deze week naar Afghanistan vertrokken om Silva zijn plaats in te nemen. Hij schrijft in een blogpost over hoe hij op zoek gaat naar kleding van natuurlijke stoffen. Omdat ze niet in zijn wonden zouden smelten, moest hij op een mijn trappen. Je praktisch en nuchter voorbereiden en niet te veel denken aan wat kan gebeuren. Het klinkt ook weer bekend in de oren. Maar op het einde van zijn post schrijft hij ook hoe zijn chef hem vraagt om voorzichtig te zijn. Zoals ze altijd doet. Alleen legt ze nu meer nadruk en dringen de woorden wel door.
We proberen dagelijks onze job zo goed mogelijk te doen en emoties en gevoelens zijn in journalistiek heel belangrijk. Je moet je verhaal voelen om het te kunnen vertellen. Maar langs de andere kant schakelen we ook voor een stuk onze gevoelens uit, net omdat we zouden kunnen werken. Gek dat twee woorden net onze gevoelens kunnen in- of uitschakelen en dat we daarin moeten kiezen om onze job zo goed mogelijk te kunnen doen.

 


Pete Souza

Koppen XL toonde vanavond de National Geographicdocumentaire van fotograaf Pete Souza in het Witte Huis.
Ik ken Souza zijn foto’s maar al te goed, omdat ze wekelijks in de fotostream van de redactie zitten. Ik kan de man zijn beelden er zo uit rapen. De stijl, het oog voor detail en verrassende standpunten, hij schrijft mee aan de Amerikaanse geschiedenis met zijn beelden. Ik ben jaloers op Souza en op zijn job.
De documentaire geeft een blik achter de foto’s. Boeiend om te zien dat je zelfs in het Witte Huis soms moet rennen of op je buik moet gaan liggen om de perfecte foto te maken.
Voor wie de uitzending gemist heeft: Je kan ze nog een week hier bekijken.
Voor wie meer werk van Souza en zijn team wil zien: check hun Flickrstream.




Giannina Urmeneta Ottiker

Draai of keer hoe je het wil, maar ik ben een persfotograaf. Abstracte fotografie is mijn ding niet. Ik moet concrete beelden hebben. Sure, er mag, nee, er moet zelfs sfeer in zitten, maar ik wil nog altijd zien wat er op het beeld staat.
Maar heel af en toe kan ik mij toch laten vangen door dat soort fotografie dat heel ver van mij af staat.
Vooruit stuurde mij een tijdje geleden het boek Un-There van Giannina Urmeneta Ottiker (wat een naam!) op. Ottiker is tussen 2001 en 2008 de huisfotografe van Vooruit geweest en had in juni een overzichtstentoonstelling in het kunstencentrum.
Ik heb heb boek toen naast mij gelegd omdat ik ik er op het eerste zicht niet veel in zag, maar nu ik het verhaal van de fotografe gelezen heb en nog eens gebladerd heb, ben ik er al meer voor te vinden.

Ottiker is een Peruviaanse van Brits-Amerikaanse afkomst die in Gent woont. Ze schildert met licht en maakt landschappen. Ze zoekt het introverte in alles. “Fotograferen is een daad van aandacht schenken”, zegt ze. En wat verder in het boek: “Ik wil weg van de reproductie van een realiteit.” Anna Luyten noemt haar beelden passantenpoezië. “Ze fotografeert als een voorbijganger die iets meeneemt, een oog op iets laat vallen, en dat tot een verstild moment maakt.”

Moeilijk voor mij om te begrijpen. Maar boeiend om het te bestuderen.


Boy