reis

Switzerland

I spent a little weekend in the Swiss mountains with friends some weeks ago.

Yep, we went up the mountains with that little red train, we waved at the cows and we hiked all the way to the top.

For once, it was all play and no work!

10516649_10152200248817116_7365320875878555109_nDSC_2582 DSC_2641 DSC_2670 DSC_2682 DSC_2735 DSC_2650

 

Advertenties

Passport please!

Twee weken geleden zat ik voor een opdracht in Israël. Op zich niks speciaals, maar ik verwachtte wel dat mijn collega en ik streng zouden worden gecontroleerd gezien de politieke situatie.
Bij het binnenkomen van het land kregen we de standaardvragen (waar logeer je, ken je hier iemand, wat ga je bezoeken,…) met een norse blik maar we konden vrij snel onze bagage oppikken en naar Jeruzalem vertrekken.
Toen we na een weekje terug naar de luchthaven vertrokken, gingen we er vanuit dat we op dezelfde vlotte manier het land zouden uit geraken. Niets was minder waar.
Het begon op de snelweg naar de luchthaven. Onze taxi moest op kant aan een checkpoint om gecontroleerd te worden. “Do you speak Hebrew?”, “Do you know eachother?”, “Show me your luggage.” Gemene vragen met een mitrailleur erbij.
Op de luchthaven check je niet gewoon je bagage in. Die moet eerst door de scanner. Mijn laptop moest er ook door, camera mocht ik bijhouden. Mijn tas kreeg een gele sticker en toen werd het wachten. Een halfuur werd een uur en pas na anderhalf uur mochten/moesten we eindelijk onze tassen op een tafel bij security gooien om die nog eens met de hand te laten doorzoeken. Maar eerst mijn laptop.
Die had geen gele sticker gekregen en dat was een probleem want ze konden de foto dus niet meer terugvinden. “Geen probleem, ik check hem toch in als handbagage”, antwoordde ik. Wel een probleem want die laptop was gecontroleerd en dat moesten ze zien. Ondertussen hadden ze ook al het ondergoed van mijn collega te pakken en lag dat op de grond verspreid. Iedereen in de rij achter ons kon meegenieten van haar sexy slipjes want een beetje privacy tijdens de controle zou teniet doen aan het onbehagelijke gevoel dat ze je proberen te geven.
Mijn tas ging uiteindelijk niet open, de laptop was plots ok en inchecken mocht.
We wilden niet meer tijd verliezen, dus gingen we rechtstreeks naar de douane om handbagage te laten controleren.
Rugzak op de band, broeksriem uit, horloge uit, armband uit, kleingeld in een bakje, laptop open,… Ik ben daar de laatste jaren heel vlot in geworden.
Met een doekje werd in elke tas, handtas, op elk voorwerp gewreven. Om dan door een machine te gaan om gecontroleerd te worden op explosieven, verdacht poeder, vloeistoffen,…
“Miss, is this your camera?” Slik. Mijn tweede camera heb ik in een aparte tas gestoken en aan mijn collega Randi gegeven om er niet te veel journalist uit te zien. We zijn met een toeristenvisum het land binnengekomen omdat we een reisreportage wilden maken en geen zin hadden om voor zoiets onze hele achtergrond te laten checken en zelfs de kleur van ons onderbroek te moeten vertellen. (Oh, wacht…)
Maar mijn collega heeft dus plots een probleem met een van mijn camera’s en ze mag niks zeggen. De stempels uit Jordanië en Marokko in haar paspoort helpen haar niet, het feit dat zij Noorse is en ik Belgische helpt ook niet.
Alles wordt leeggehaald en tentoongespreid. De handtas moet ook leeg. Euro’s, lipstick en tampons liggen voor iedereen te grabbel.
Mijn collega moet haar schoenen uitdoen, haar paspoort afgeven en wordt meegenomen naar een hokje apart. De camera verdwijnt achter een scherm. Ik beantwoord de meest stomme vragen over hoe we elkaar kennen (Op een feestje in Brussel? Een gezamelijke Noorse vriendin? Waarom gaat ze met jou op reis en niet met haar vriend?) en wacht. Ik zie de tijd wegtikken, krijg zweethanden en mijn hartslag gaat de lucht in.
Randi blijft veel te lang weg en ik begin te vrezen dat we onze vlucht gaan missen.
“Mag ik haar portemonnee controleren?” Moet je niet aan mij vragen, beste douanier, het zijn haar spullen. Er wordt gedreigd dat we onze vlucht gaan missen als we niet meewerken.
Randi haar iPhone verdwijnt naar het hokje. Als ze nu maar niet gaan controleren wie we allemaal gebeld hebben.
Ik probeer cool te lijken, maar binnenin word ik gek. Ik probeer te bedenken of we eigenlijk iets misdaan hebben, maar ik zie alleen de minuten wegtikken.
Tien minuten later komt Randi eindelijk uit het hokje. Ze krijgt haar schoenen terug, de spullen moeten we zelf snel in onze tassen proppen, onze paspoorten krijgen we pas als laatste terug.
“Is de gate ver? Halen we onze vlucht nog?” is het enige wat we nog durven vragen. “We hebben hen gewaarschuwd dat jullie onderweg zijn, ze zullen wachten”, is het enige antwoord dat we krijgen. Nors, kortaf en weinigzeggend zoals alle andere.
Ik gooi de vervloekte camera op mijn schouder en we beginnen te rennen. 24, 30, 36,… Die gate die we moeten hebben ligt natuurlijk helemaal achteraan op de pier. Ik probeer ondertussen van mijn collega te weten te komen wat het hele toneelstuk moest voorstellen, maar ze kijkt voor zich uit en ze rent. Pas op het vliegtuig vertelt ze wat ze allemaal gevraagd hebben.
Dezelfde stomme vragen die ik kreeg, maar ook wie het hotel betaald heeft (ze hebben zelfs haar rekening gecontroleerd om zeker te zijn). Op de camera zou iets verdachts gevonden zijn, de test dient om explosieven of andere verdachte producten op te sporen.
Mijn mond valt open. Explosieven. Ik doe gekke dingen met mijn fototoestellen, maar explosieven is wel het laatste waar ik mee te maken krijg.
Ik voel me vreselijk schuldig tegenover haar. Ze zegt dat het niets is en wuift het allemaal weg, maar ik zie dat ze ook aangedaan is.
Een hele week hebben we ons heel welkom gevoeld in Israël. We zijn op stap geweest met Joden, christenen en moslims en iedereen ontving ons met open armen. Ik was zelfs een beetje verliefd op het bizarre land. Maar op een paar uur tijd is het gevoel helemaal weg. Als je helemaal in je blootje wordt gezet en beschuldigd wordt van dingen waar je zelfs geen weet van hebt, dan gaat dat ten minste heel hard wringen bij mij.
Ik heb mij hard moeten inhouden om geen lelijke dingen te schreeuwen want ik voelde me ongelijk aangedaan, maar het zou de hele zaak alleen maar erger gemaakt hebben.
Israëliërs (Joden, moslims en christenen) zijn ongelofelijk lieve en warme mensen maar de manier waarop de overheidsdiensten toeristen en bezoekers van het land behandelen doet die warmte helemaal teniet. Spijtig, want op zo’n manier geraak je veel sympathie kwijt.


Ski


Quad


Old woman sewing


Nepal – Anapurna


Nepal – Dag 3

Ik zit in een internetcafe. Die dingen zijn overal te vinden ter wereld. Wifi vliegt ook soms voorbij op mijn iPhone, maar is vaak te vluchtig om nog maar mail binnen te halen of Twitter te checken. En voor 2,5 cent per uur kan je niet sukkelen.
Vreemd toch dat jongens hier naast mij Call of Duty zitten te spelen, terwijl jongens van dezelfde leeftijd een paar uur geleden verwonderd keken toen ik tijdens een powercut (de eerste van vele) een ledlamp met dynamosysteem cadeau deed. Chiniya zijn moeder is er zelfs mee naar buiten gelopen om aan zijn oom te tonen. Iets basic als licht doet verrassend, internet (in mijn ogen een luxeproduct wordt als vanzelfsprekend ervaren). Fijn om te zien dat een cadeau dan echt geapprecieerd wordt.
We werden trouwens uitgenodigd door Chi zijn familie om na onze rit van Kathmandu naar Panauti mee met hen te eten. Het werd een feestmaal met droge geplette rijst, bonen, eend, geit, look en gember en nog een paar fantastische dingen. Daarbij hoorde Chai,diezelfde thee uit Kenia met veel melk en suiker in. Ik moet nog altijd wennen aan de smaak. Daarnaast kregen we ook een lokale drank in piepkleine kommetjes. Behoorlijk sterk doorzichtig spul dat we de komende dagen vaak gaan drinken.
Heel Nepal viert trouwens vandaag feest. Iedereen offert aan zijn voertuig omdat het hen nog een jaar veilig zou vervoeren. Na het middagmaal botsten we op zo n offering en we werden uitgenodigd om mee te doen. Het bokje was al geslacht. Het bloed lag op en rond het minitempeltje, wierrook, rijst en palmtakken stonden voor de truck en vier jonge kerels waren de bok aan het zwartblakeren met een of andere bunzenbrander. We kregen alweer sterke drank, een tika (zo n bolletje rode verf van god weet ik wat) op ons voorhoofd gekleefd en een rood wit lintje rond onze nek geknoopt. Ik kreeg ook nog een stukje vlees op een stuk krantenpapier in mijn handen geduwd. Uit beleefdheid heb ik het opgegeten, ik gok dat het een stuk lever was, maar ik wil zelfs niet weten van waar het kwam. Het had evengoed een stuk straathond kunnen zijn. Er lopen er hier toch genoeg, de ene al schurftiger dan de andere.
Een van de eerste winkels die we tegenkwamen na ons feestmaal, verkocht stoffen en saris. Ine en ik willen morgen traditioneel naar het feest gaan, dus passen was de boodschap. Ongeveer de halve straat stond de supporteren. Duimen omhoog, die fushia met handgeborduurde bloemen werd goedgekeurd. Ja mama, ik draag morgen een jurk. Sort of… en die broek hou ik er wel onder aan. Ine gaat voor nachtblauw met zilveren weefsels. Ook heel mooi!
Ondertussen giet het al de hele dag. Die nieuwe trekkingjas is echt geen overbodige luxe en gelukkig zweer ik bij wandelschoenen want die plakken al van de modder uit de onverharde straten. Morgen blijft het hopelijk zoals voorspeld droog, want alles gaat buiten door.
De busrit uit de stad naar hier was echt prachtig! Veel groen, rijstvelden en de heuvels met hun toppen in de wolken. Ik kan bijna niet wachten om te gaan trekken. Maar morgen, overmorgen en de dag erna eerst nog trouwen en feesten!
En nu eerst een uurtje gaan slapen want de jetlag en de reisvermoeidheid slaan toe. Ik deel een kamer met een vriendin van Eline in het enige hotel, hier in Panauti. Douchen en zo doen we op het gelijkvloers, in de kamer staan 2 bedden en 2 stoelen en that’s it. Again, basic maar ok. Voor 5 euro per nacht, mag je ook geen grote luxe verwachten, vind ik.